Nieuwe magische SEO techniek

Rob Verschuren oktober 31, 2017
212
shares

Geschreven in 2014, maar nog altijd van toepassing dit jaar!

Deel 1: Een ongewone klant

Een ongewone klant

Het was maandagmorgen en Allerzielenweer. Terwijl ik naar mijn werk reed, leek het donkerder te worden in plaats van lichter en toen ik aankwam was de lucht boven het kantoorgebouw zwart als op een maanloze winternacht. Het licht in de hal was weer eens stuk.

Ik liep half op de tast, mijn handen vol met mijn koffertje en mijn laptop en een papieren zakje met een broodje ham van de benzinepomp, naar de deur van ons kantoor, wat kan verklaren dat ik het voorwerp waarover ik was gestruikeld pas zag toen ik languit op de vloertegels lag.

Het was een bezem. Een ouderwetse heibezem met een knoestige steel. Ik raapte mezelf en mijn spullen bij elkaar en schopte de deur open. ‘Welke (…!) van een (…!) heeft zijn (…!) bezem in de hal laten liggen!’

De warme ‘ook goeiemorgen’ glimlach bevroor op het gezicht van Baukje, onze receptioniste, en haar ogen rolden naar de plek waar het zithoekje met glossy tijdschriften staat. Haar lippen vormden geluidloos het woord ‘klant’.
Op het witleren bankje zat een zwartgeklede dame van een zekere leeftijd, om het politiek correct te formuleren. Een lelijk oud wijfje in lappen uit de Kringloopwinkel, om precies te zijn. Niet ons normale type klant. Ze keek me glimlachend aan.
‘Mevrouw,’ zei ik.

‘Meneer,’ zei ze met een stem als een kettingrokende kraai.

Deel 2: Droom ik?

Droom ik?
‘En wat kunnen we voor u doen, mevrouw Duvessa,’ vroeg ik toen we kennis hadden gemaakt en tegenover elkaar aan de vergadertafel zaten.
‘Wilt u misschien iets drinken? Koffie, fris, water met of zonder?’
‘Met of zonder wat?’
‘Prik’
‘Doe mij maar iets sterks.’

Ik keek op van mijn laptop, die nog scheen te werken na mijn ongelukje in de hal. ‘Ik ben bang dat we geen sterke drank in huis hebben, mevrouw.’
‘Geeft niet, dan maak ik het zelf wel sterk.’
‘Pardon?’
‘Water, zonder prik.’

Toen Baukje het glas voor haar op tafel had gezet, liet ze haar lange, knokige vingers er boven fladderen en mompelde iets dat klonk als ‘bluot zi bluoda’. Toen zette ze het aan haar mond, dronk het in één teug leeg, smakte dat het knalde en zei: ‘Hè hè.’

Ik kneep in mijn arm om te controleren of ik wakker was en niet in een van die dromen was blijven steken die je soms hebt als het gisteravond gezellig is geweest. Toen vermande ik me. ‘Wat kunnen we voor u betekenen, mevrouw,’ vroeg ik nog eens. Ze wees op mijn laptop. ‘Jullie doen SEO.’ Het klonk als een beschuldiging.

Deel 3: Kalm blijven, kalm blijven

Kalm blijven, kalm blijven

‘Inderdaad, mevrouw, wij specialiseren ons in zoekmachine optimalisatie.’
‘Dat is toch van die spinnetjes?’
‘Als u het zo wilt noemen.’

Ze knikte alsof ze een vermoeden bevestigd zag en begon in haar lappen te graven. Blijkbaar vond ze niet wat ze zocht, want haar handen verdwenen steeds dieper onder de lagen stof en ze begon geïrriteerd te mompelen.

‘Wat is de url van uw website, dan kunnen we vast een kijkje nemen,’ zei ik, want iets beters wist ik niet te bedenken.

Ze keek me verbaasd aan. ‘Website? Ben je gek jongen, waar zou ik een website voor nodig hebben?’

Kalm blijven, zei ik bij mezelf. Doorpraten alsof er niks aan de hand is. Ik ging naar Google en tikte met één vinger noodhulp psychiatrisch in terwijl ik haar aan bleef kijken en op mijn meest vertrouwenwekkende adviseurstoon vroeg in welke branche ze actief was.

‘Van alles en nog wat,’ zei ze afwezig – haar arm was nu tot de elleboog onder het textiel verdwenen – ‘sterke drank, luchtvaart, neurolinguïstische programmering en spirituele business in het algemeen. Ah, daar zijn ze, de rakkers.’ En met deze woorden bracht ze een donkerbruin leren buideltje tevoorschijn.

Deel 4: De rakkers aan het werk

‘De rakkers,’ zei ze nog een keer en ze knoopte het koordje los en schudde het buideltje leeg boven de vergadertafel. Er viel een zwarte klomp uit die openbarstte toen hij neerkwam. Het volgende ogenblik krioelde het witte essen laminaat van honderden kleine, zwarte, harige en bijzonder levendige spinnetjes. ‘Nu moet je eens opletten,’ zei mevrouw Duvessa. En dat deed ik, met mijn rug tegen de muur, wijdbeens boven de stoel die was omgevallen toen ik opsprong.

De rakkers aan het werk

‘Sunna era suister’ zei mevrouw Duvessa, of iets dat daarop leek. Het gekrioel hield als bij toverslag op en de spinnetjes formeerden zich in een strakke colonne en begonnen over het tafelblad te marcheren. Links, rechts, uit de flank. Vanaf de muur keek ik gefascineerd toe. Ik voelde mijn angst verdwijnen, want ik wist nu zeker dat ik nog sliep en straks wakker zou worden onder mijn vrolijk gebloemde dekbed met de geur van verse koffie in mijn neus.

‘Op de plaats, rust,’ zei mevrouw Duvessa en de spinnetjes stonden stil en zakten wat door hun pootjes.

‘Thu biguol en friia’ zei het oude vrouwtje en na enig nadenken voegde ze eraan toe: ‘Tango’. De harige monstertjes op de tafel vormden paartjes en begonnen te dansen. ‘Een, twee, drie vier, vijf zes, zeven, acht en draaien maar,’ lispelde ze en ze tikte met een lange, kromme nagel de maat op het tafelblad. ‘Heel goed, kinderen. Nu moet je eens luisteren, kom een beetje dichterbij.’ Dat laatste zei ze tegen mij. Ik deed voorzichtig een stapje van de muur.

Deel 5: Ik begin hem te vatten

‘Suma heri lezidun’ zei mevrouw Duvessa en haar grijns vertelde me dat er iets bijzonders stond te gebeuren. De spinnetjes vormden een lange linie aan de kopse kant van de tafel, met hun kopjes naar mij toe. Toen begonnen ze te zingen.

Het klonk zacht en een beetje ritselend, maar er was geen twijfel mogelijk: eerst zongen ze de Brabançonne en toen het Wilhelmus.

Ik begin hem te vatten

‘Ça suffit,’ zei mijn bezoekster na een poosje en ze knipte met haar vingers. De spinnetjes bogen allemaal precies gelijk, eerst naar mij en daarna naar links en naar rechts. Toen draaiden ze zich een kwartslag om en marcheerden in een kaarsrechte rij het buideltje binnen dat open op tafel lag.

Mevrouw Duvessa knoopte het touwtje dicht en liet het buideltje onder haar garderobe verdwijnen. Over de lege tafel keek ze me vrolijk aan. Haar ogen waren zwarte diamantjes in een spinnenweb van rimpels. ‘Ik kan ze alles laten doen wat ik wil, jongen,’ zei ze. ‘ALLE spinnetjes. Vat je hem?’

Op dat moment klonk vanuit de hal een doffe dreun, gevolgd door het scherpere geluid van iets dat brak, gevolgd door het geluid van een deur die open knalde en een godslasterlijk gevloek dat gênant was om aan te moeten horen in gezelschap van een dame. ‘Dat zal mijn collega zijn,’ zei ik met een krampachtig lachje.

‘Last van een maandagmorgenhumeur,’ zei mevrouw Duvessa opgewekt.

Toen begon ik hem te vatten.

Ik zette mijn stoel overeind en ging zitten. Ik vouwde mijn handen voor mijn buik en keek mijn bezoekster aan over de klep van mijn laptop.

‘Mevrouw,’ zei ik, ‘ik denk dat wij zaken gaan doen.’

Happy Halloween !

Happy Halloween


Magische seo